De Europese Commissie is vanwege het initiatiefrecht een gewild ´lobby-object´. De instelling staat helemaal aan het begin van het besluitvormingstraject en als een NGO wil dat een besluit over een bepaald onderwerp wordt genomen, is de Commissie de eerste plaats om dat onder de aandacht te brengen.

De Commissie stimuleert ook een maatschappelijke discussie als zij nieuw beleid ontwikkelt. Dit doet zij onder andere door middel van het uitgeven van zogenoemde ´witboeken´ en ´groenboeken´. Deze discussiestukken zetten de problematiek rondom een onderwerp uiteen en geven mogelijke opties voor nieuw beleid. Een witboek is gedetailleerder en concreter dan een groenboek, maar beide zijn nog geen bindende voorstellen. Doel van dergelijke ´boeken´ is juist belanghebbenden de kans geven te reageren.

De Commissie onderhoudt contacten met NGO´s. Dit gebeurt op verschillende manieren. Zo organiseren diensten van de Commissie soms bijeenkomsten met NGO´s om eens te praten over een bepaald vraagstuk dat op dat moment aan de orde van de dag is of worden externe experts benaderd als er vragen zijn over een bepaald onderwerp.

Daarnaast is er sprake van een meer gestructureerde samenwerking waarbij systematisch wordt vergaderd over een en hetzelfde onderwerp, zonder deze samenwerking in een officiële vorm te gieten. Zo vindt er elke twee jaar een bijeenkomst plaats van de diensten van de Commissie en alle organisaties die zijn aangesloten bij het Platform van Europese sociale NGO´s.

Maar er vindt ook geformaliseerd overleg plaats. Hiervan is sprake wanneer er een formele verplichting bestaat om tijdens het besluitvormingsproces NGO´s te raadplegen, zoals bijvoorbeeld in adviescommissies of raadgevende comités. Nu gelden er wel vaste regels en procedures. Een voorbeeld hiervan zijn de raadgevende comités op het gebied van landbouw.

De administratieve diensten en de directoraten-generaal zijn verantwoordelijk voor de voorbereiding van de voorstellen, voordat het college van commissarissen beslist. Hoe langer een onderwerp al in voorbereiding is, hoe officiëler het wordt en hoe moeilijker het is er iets aan te veranderen. Als een NGO invloed wil uitoefenen, kan hij dus het beste zo vroeg mogelijk en zo laag mogelijk op de hiërarchische ladder van de Commissie beginnen.

Goede contacten zijn hierbij belangrijk. Immers, er zijn nog geen officiële documenten in de beginfase. En ook als er een groen- of witboek wordt uitgegeven is het beter ook al bij de totstandkoming van dat stuk betrokken te zijn geweest, dan later nog iets gewijzigd te willen zien.

Momenteel verschilt de samenwerking met NGO´s per beleidsterrein. Hierdoor is er geen gelijkheid wat betreft de toegang tot informatie en de manier waarop het overleg is georganiseerd. De Commissie probeert dit te verbeteren. Begin 2000 verscheen er een discussienota, waarin de huidige stand van zaken werd beschreven en waarin voorstellen werden gedaan om te komen tot een betere samenwerking. Vervolgens publiceerde de Commissie in December 2002 een mededeling waarin algemene beginselen en en minimumnormen voor raadpleging worden vastgelegd. Inmiddels heeft de Commissie de website Civil society opgezet met informatie over raadplegingen. Hier is ook de databank CONECCS te vinden met informatie over zowel formele en gestructureerde adviesorganen als maatschappelijke (lobby)organisaties.