Deze casus gaat over het fictieve geval waarin een richtlijn wordt vastgesteld om het vrij verkeer van werknemers (art. 39 EG) te garanderen. In art. 40 EG staat gegeven dat de procedure van art. 251 EG (medebeslissingsprocedure) moet worden gevolgd en dat het Economisch en Sociaal Comité moet worden geraadpleegd.

Deze procedure vangt aan met een voorstel van de Commissie. Dit wordt eerst voorbereid binnen het ambtelijke apparaat van de Commissie. Na raadpleging van onafhankelijke deskundigen en raadgevende comités, werken de administratieve diensten het voorstel verder uit, waarna het uiteindelijk door het college van commissarissen met meerderheid van stemmen wordt aangenomen.

Vervolgens wordt het voorstel aan de Raad gezonden die het Parlement om advies vraagt. Binnen de parlementaire structuur zijn het de commissies die er mee aan de slag gaan. Een rapporteur stelt een ontwerptekst op, waarin eventueel amendementen op het Commissievoorstel worden voorgesteld. Na discussie en stemming binnen de commissie wordt de tekst voorgelegd aan de plenaire vergadering van het Parlement. In de plenaire vergadering kunnen eventueel nog andere amendementen worden voorgesteld en aangenomen.

Het Economische en Sociaal Comité wordt geraadpleegd over het Commissievoorstel en zendt het advies door aan Raad en Parlement. Dan gaat het door het ESC en Parlement van advies voorziene voorstel terug naar de Raad.

Binnen de Raad wordt het besluit voorbereid door een werkgroep en door het COREPER. Is er op dat niveau al consensus bereikt over het te nemen besluit, dan wordt het als A-punt op de Raadsagenda geplaatst en aldaar door de ministers bij hamerslag aangenomen. De Raad kan met gekwalificeerde meerderheid een besluit nemen als het Parlement geen amendementen heeft gemaakt of als de Raad de gemaakte amendementen overneemt.

Indien de Raad de amendementen niet overneemt, stelt hij een gemeenschappelijk standpunt vast, dat aangeeft hoe de instelling zou willen besluiten. Nadat de Commissie een mening heeft gegeven over dit gemeenschappelijke standpunt, wordt het naar het Parlement gezonden.

Laat het Parlement binnen een termijn van drie maanden niets van zich horen, of neemt het het gemeenschappelijk standpunt aan met volstrekte meerderheid van stemmen, dan is het besluit genomen. Het Parlement kan het standpunt ook verwerpen met volstrekte meerderheid van leden, waardoor het besluit niet wordt genomen. Tevens kan het Parlement het gemeenschappelijk standpunt op dezelfde wijze amenderen. In dit geval spreekt eerst de Commissie zich hierover uit. Bij een negatief advies van de Commissie kan de Raad alleen met unanimiteit de amendementen overnemen en aldus het besluit nemen. Bij een positief advies van de Commissie is een gekwalificeerde meerderheid in de Raad voldoende.

In het geval dat de Raad niet akkoord gaat met de door het Parlement voorgestelde amendementen, wordt een Bemiddelingscomité samengesteld met daarin 15 Raadsleden en 15 Parlementsleden om tot een gemeenschappelijke tekst te komen. Lukt dit niet, dan is er geen besluit genomen. Komt er wel een gemeenschappelijke tekst, dan moet deze eerst nog door de Raad en door het Parlement worden bevestigd, alvorens het besluit is genomen. Hiervoor is een gekwalificeerde meerderheid vereist van de Raad en een volstrekte meerderheid van van de uitgebrachte stemmen van het Parlement.