Besluitvorming
Begroting
0 Over DEsite
1 Algemeen
2 Pijlerstructuur
3 Organen
4 Besluitvorming
  • Eerste pijler
  • Tweede pijler
  • Derde pijler
  • Begroting
  • 5 Lobbygroeperingen
    6 Casuïstiek
    7 Informatie en publicaties

    Procedure

    De begrotingsprocedure (art. 272 EG) vangt aan met een door de Commissie opgesteld voorontwerp van de begroting met daarin de geraamde uitgaven en ontvangsten. Dit voorontwerp is gebaseerd op de door de instellingen gemaakte raming van hun uitgaven en wordt op uiterlijk 1 september voorgelegd aan de Raad. De Raad stelt vervolgens met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een ontwerp-begroting vast. Als de Raad afwijkt van het voorontwerp, is het verplicht de Commissie en de betrokken andere instellingen te raadplegen. Uiterlijk 5 oktober legt de Raad de ontwerp-begroting voor aan het Parlement. Het Parlement heeft 45 dagen om te reageren. Keurt het Parlement het ontwerp goed, of wordt er niet gereageerd, dan wordt de begroting geacht definitief te zijn vastgesteld.

    Het Parlement kan met volstrekte meerderheid van uitgebrachte stemmen amendementen voorstellen met betrekking tot de verplichte uitgaven en met meerderheid van stemmen van de leden amendementen aannemen met betrekking tot de niet-verplichte uitgaven. Als het Parlement van een van deze mogelijkheden gebruik maakt, wordt de geamendeerde of van wijzigingsvoorstellen voorziene ontwerp-begroting aan de Raad gezonden.

    De verplichte uitgaven zijn de uitgaven die voortvloeien uit het verdrag of uit de ter uitvoering daarvan vastgestelde besluiten (bijvoorbeeld de landbouwuitgaven). De niet-verplichte uitgaven zijn de overige uitgaven (onder andere uitgaven voor personeel). Het onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte uitgaven is niet altijd even makkelijk te maken en is daarom in onderling overleg vastgesteld.

    De begroting wordt geacht definitief te zijn vastgesteld als de Raad binnen vijftien dagen geen amendementen heeft gewijzigd en de wijzigingsvoorstellen heeft aanvaard. De Raad kan ook binnen 15 dagen de door het Parlement aangenomen amendementen met betrekking tot de niet-verplichte uitgaven met gekwalificeerde meerderheid van stemmen wijzigen.

    De wijzigingsvoorstellen met betrekking tot de verplichte uitgaven kunnen door de Raad met gekwalificeerde meerderheid worden afgewezen, indien de voorgestelde wijziging niet leidt tot stijging van het totale bedrag van uitgaven van een instelling. Als de Raad binnen de voorgeschreven termijn geen afwijzend besluit neemt, wordt het wijzigingsvoorstel in dit geval aanvaard.

    Leidt het wijzigingsvoorstel tot een stijging van de totale uitgaven van een instelling, dan kan de Raad het voorstel met gekwalificeerde meerderheid aanvaarden. Neemt de Raad geen besluit, dan wordt het voorstel geacht te zijn afgewezen.

    Als de Raad een wijzigingsvoorstel afwijst, kan zij het in de ontwerp-begroting genoemde bedrag handhaven of een ander bedrag vaststellen.

    In het andere geval wordt de gewijzigde ontwerp-begroting met een toelichting toegezonden aan het Parlement. Het Parlement kan vervolgens binnen vijftien dagen de door de Raad gewijzigde amendementen met betrekking tot de niet-verplichte uitgaven met meerderheid van stemmen van de leden en met drie vijfde van het aantal uitgebrachte stemmen afwijzen of amenderen en stelt dan dienovereenkomstig de begroting vast. Als het Parlement binnen deze termijn geen besluit neemt, wordt de begroting geacht definitief te zijn vastgesteld.

    Na het doorlopen van deze procedure, of in de gevallen waarin de begroting wordt geacht definitief te zijn vastgesteld, constateert de voorzitter van het Parlement dat de begroting definitief is vastgesteld.

    Documenten en informatie over de begroting zijn te vinden via Activiteiten van de EU : Begroting.